Definitie van glas

Glas is een oorspronkelijk materiaal, dat al vele honderden jaren een sterke aantrekkingskracht uitoefent op mensen, jong en oud. De meest gewaardeerde en toch eigenlijk de minst opvallende eigenschap van glas is, dat het doorzichtig is.

De eigenschappen van glas zijn:

  • doorzichtig
  • lichtdoorlatend
  • zonnewarmte-doorlatend
  • weerbestendig
  • vlak, maar zo nodig ook te buigen
  • vormvast bij hoge en lage temperaturen
  • vlak, maar zo nodig ook te buigen
  • vormvast bij hoge en lage temperaturen
  • krasvast
  • in zeer verschillende afmetingen verkrijgbaar
  • te leveren in dikten van 0,4 tot 25 milimeter of meer
  • milieuvriendelijk
  • onbeperkt verkrijgbaar
  • heeft een hoge buigbreeksterkte
  • bewerkbaar voor allerlei doeleinden
  • Kunt u zich een ander materiaal voorstellen, dat zoveel gunstige eigenschappen in zich verenigt als glas?

    Glas geeft ons de mogelijkheid licht in onze gebouwen toe te laten en tegelijkertijd te beschermen tegen alle weersinvloeden. Moderne glassoorten kennen niet meer het nadeel dat het materiaal soms teveel zonnewarmte doorlaat. Er bestaan verschillende soorten warmtewerend glas, die zelfs een isloatiewaarde kunnen hebben die hoger is dan die van een spouwmuur.

    Glas: werkelijk, het zou een ramp voor ons allemaal zijn als het er niet meer zou zijn!

    Gelukkig zijn de grondstoffen in vrijwel onuitputtelijke hoeveelheden op de aarde aanwezig en is de productie vandaag de dag zo geperfectioneerd, dat het in verhouding tot andere bouwmaterialen nog altijd bijzonder goedkoop is. En glas is geen schaars goed: het is altijd volop te verkrijgen.

    Ontwikkelingen van de kwaliteit

    Wat is de samenstelling van glas?

    De sterke eigenschappen die glas bezit komen voort uit de toegepaste grondstoffen die gebruikt worden voor de fabricage van glas:
    Glasvormend element Zand 57,2 %
    Smeltend element Soda 18,7 %
    Stabiliserende elementen zoals Dolomiet 15,7 %
    Nepheline 5,9 %
    Kalksteen 1,5 %
    Zuiverend element Koolstof 1,0 % en voor de ontkleuring
    Men voegt glasscherven toe om het smeltpunt in de oven te verlagen.

    Door de eeuwen heen is als grondstof voor het 'glasvormend onderdeel' gebruik gemaakt van kwarts (silicium). Als dit niet wordt gereinigd en zo wordt verwerkt, levert het een glasproduct op dat enigzins lichtdoorlatend is, een beetje doorschijnend, maar zeker niet doorzichtig. Honderden jaren lang was dit echter het maximaal haalbare. Pas in de zeventiende eeuw, als kwarts vervangen wordt door zand, ontstaat er een sterke verbetering van de lichtdoorlatendheid van het glas. In de huidige glasfabricage zijn we in staat een lichtdoorlatendheid van 90% en meer te realiseren. De extreem hoge lichtdoorlatendheid vindt bijvoorbeeld toepassing in zonnecollectoren.

    Doorzichtig

    De mate waarin glas doorzichtig is, is uiteraard afhankelijk van de kwaliteit van de grondstoffen, maar vooral ook van de vlakheid van het glasoppervlak. Hoe meer vervorming er in het glasoppervlak voorkomt, des te minder wordt het doorzichtig (bij figuurglas is dit effect doelbewust aangebracht).

    Eeuwenlang is de handmatige productiewijze onveranderd gebleven. Vanaf de veertiende eeuw kunnen we eigenlijk pas (zij het voorzichtig) spreken van enige mate van doorzichtigheid van glas. In de zeventiende eeuw wordt glas pas echt doorzichtig; dit komt door een wat betere (handmatige) fabricagetechniek. Overigens zien we in die periode in de bouw slechts kleine raampjes toegepast omdat de glasblazerijen eenvoudigweg geen grotere ruiten konden maken.

    Pas in de twintigste eeuw wordt glas echt vlak. Dan is er namelijk sprake van een sterk verbeterde mechanische productie, met als hoogtepunt de hedendaagse fabricage van het zogenaamde floatglas. Daarmee kunnen grote hoeveelheden vlakglas worden geproduceerd die aan hoge vlakheidseisen voldoen.

    Glas van een paar honderd jaar geleden was tamelijk bros en daardoor minder sterk. Gezien de beschikbaarheid van alleen kleine glasmaten was deze glasdikte echter genoeg voor het opnemen van de winddruk. De mechanische productie in de twintigste eeuw maakt het mogelijk om grotere en dikkere ruiten te maken. Met het floatglasprocedé maakt de glasindustrie vandaag de dag glasbladen tot 6000 x 3200 milimeter in dikten van 0,6 tot 25 milimeter. Daarnaast maken verschillende bewerkingen het glas veel sterker zodat het nu zelfs mogelijk is om met glas te construeren.

    Floatglas

    De jongste fase in de glasfabricage is het floatglasprocedé, ontwikkeld door de firma Pilkington in Engeland. Na een research van ruim zeven jaar werd in 1959 met de productie ervan begonnen.

    Floatglas wordt gemaakt volgens een continu productieproces zoals bij de productie van vensterglas gebruikelijk was. Er wordt een glaskwaliteit bereikt die vergelijkbaar is met spiegelglas, echter zonder de nabewerking van slijpen en polijsten. Met deze uitvinding zet de gehele glasindustrie een enorme stap voorwaarts.

    Floatglas is glas van het zogenaamde 'zand-kalk-soda-type'. Hoewel de samenstelling van de grondstoffen per fabrkant niet altijd gelijk is, is deze over het algemeen als volgt: zand (SiO2), kalk (CaO), soda (Na2O), scherven glas, onder toevoeging van geringe hoeveelheden andere oxiden.