Als ik dubbel glas aanschaf, hoeveel bespaar ik dan op mijn energienota?

Globaal genomen wordt tussen de 60 en 65% van het totale energiegebruik in de woning bestemd voor het verwarmen van de woning. Een gemiddeld gasverbruik van een niet geïsoleerde woning ligt tussen de 2000 en 3000 m3 aardgas per jaar waarvan het grootste gedeelte gebruikt wordt voor verwarming, stookkosten dus.
Het is daarom van groot belang woningen zo goed mogelijk te isoleren zodat de stookkosten naar beneden kunnen.
Voordat we gaan isoleren is het van belang te weten waar het meeste warmteverlies van een woning tot stand komt;
Door de verliezen van de buitenschil van de woning te weten aan ramen, wanden, dak en vloeren. Deze verliezen noemt men transmissie verliezen.
Deze transmissieverliezen worden beïnvloed door de kwaliteit van de constructie en het temperatuurverschil tussen binnen en buiten.

De isolatie waarde van een constructie wordt in een getal weergegeven en noemt men U-Waarde voorheen K-waarde.

Hoe kleiner de U-waarden, hoe groter het isolatievermogen.
Slecht isolerend materiaal kan leiden tot warmteverlies, en dus tot hoger energieverbruik.

Warmtetransport
Tussen twee voorwerpen (ruiten) van verschillende temperatuur vindt uitwisseling van warmte plaats.
Warmte-uitwisseling kan gebeuren op drie manieren, te weten: geleiding, stroming (convectie) en straling.

Geleiding
In een niet poreus materiaal als glas vindt warmtetransport plaats door geleiding (dit verklaard dan ook dat dikker glas geen invloed heeft op de warmteweerstand.)
Geleiding is makkelijk te vergelijken met een stalen pook die in het vuur gehouden wordt, en alleen door de juiste isolatie (handschoen) nog is vast te houden.

Stroming
In de spouw van de isolerende eenheid treed ook stroming (convectie) op. Deze stroming wordt groter naarmate de spouwbreedte toeneemt. Bewezen is dat de breedte van 12 mm à 14 mm de beste isolatiewaarde geeft. Stroming is te vergelijken met een centraal verwarmde kamer.

Straling
Elk voorwerp straalt warmte uit. De hoeveelheid warmte die een voorwerp kan uitstralen hangt af van de mate van emissie van het voorwerp. Straling is te vergelijken met het zitten voor de openhaard: de voorzijde is warm, maar de achterzijde niet.

In de praktijk hebben we te maken met een combinatie van de bovengenoemde drie factoren.

Isolerende beglazing isoleert al veel beter dan gewone enkele beglazing, toch door beïnvloeding van bovengenoemde factoren bestaat de mogelijkheid om beter isolerend glas te vervaardigen.
In onderstaande tabel treft men de U-waarden aan van diverse glassoorten en of combinaties hiervan.
Uit onderstaande tabel komt duidelijk naar voren dat niet zozeer de glasdikte of de spouwbreedte de K-waarden naar beneden brengt, maar dat de isolatiewaarden worden verbeterd door aanbrenging van speciaal gas en een neutrale coating.

U-waarden -> w/(m2k);

Enkelvoudig glas 4 mm -> 5.9
Dubbelglas 5-6-4 -> 3.3
HR+ Glas 6-12-5 -> 1.6
HR++ Glas 6-12-5 -> 1.2

Handig om te weten is;

Gas winst per m3 per m2 per jaar bij 20 graden Celcius:

Dubbelglas ten opzichte van enkel glas biedt U een gaswinst van 26 m3/m2
HR + Glas ten opzichte van enkel glas biedt U een gaswinst van 38 m3/m2
HR ++ Glas ten opzichte van enkel glas biedt U een gaswinst van 42 m3/m2

Uit bovenstaande tabel is op te maken dat glas nog steeds de koudste plek blijft in een gebouw of woning, vandaar dat daar nog steeds condensvorming mogelijk is en blijft.

Dit betekent dat bij lage isolatiewaarden (U-Waarden) minder warmte verloren gaat waardoor het buiten blad van het isolerend dubbelglas kouder blijft.

Dit gegeven (gecombineerd met de wetenschap dat condens zich altijd op de koudste plek van de omgeving zal presenteren) veroorzaakt bij het HR++ glas (bij een hoge relatieve vochtigheid aan de buitenkant van de woning, en dan voornamelijk in het voorjaar en in het najaar) de buitenzijde van het glas gecondenseerd kan zijn. (dit zal vanzelf weer verdwijnen)